Ze heet Carna…

Heel even loop ik de gang in, om een gevoel te krijgen bij wat er zich bij ons boven afspeelt. De muziek die de trap af komt rollen is al een eerste teken aan de wand. Vandaag geen bonkende house of stuiterende techno. Geen Ed Sheeran of David Guetta, geen Mr Probz of Ariana Grande. Nee, vandaag is het Hollandser dan Hollands. Werkelijk geen idee wie of wat er een poging doet om muziek te maken, maar één ding is zeker: dit is niet ok. Het is hoempapa en het is gelal. Het gaat over ‘deurzakken’, over bier, over kruipend de kroeg in, over m’n toeter op de waterscooter en het staat hard, knoerthard.

Onze slaapkamers zijn een kroeg

Tussen al het gebral door hoor ik heel veel stemmen. Het is alsof onze slaapkamers zijn omgetoverd tot een kroeg. Er wordt geschreeuwd -hoe kan het ook anders met deze klereherrie-, er vinden ogenschijnlijk felle discussies plaats en er wordt -thank God!- gelachen. Het is echter niet het ‘normale’ gelach. Het klinkt nerveus, gespannen, opgewonden; alsof er ieder moment iets te gebeuren staat waarvan de uitkomst onzeker zal zijn. Het is daarboven echter niet alleen een kroeg. Het is kennelijk ook een kapsalon, want ik hoor een keur aan föhnen blazen en af en toe kermt er iemand een gepast gvd, omdat die met z’n fikken aan de krultang heeft gezeten. Deuren gaan open en dicht, de wc wordt doorgetrokken, iemand besluit om nog maar een extra geluidsbron te installeren, er sneuvelt een glas, er klinkt een lachsalvo, soms is er applaus, het is chaos.

De lucht van drank

Naast deze kakafonie aan geluiden is er nog meer waar te nemen. Er is sprake van een intens penetrante lucht. Ik heb de grootst mogelijke moeite om het te analyseren. Het is een mix van haarlak, deodorant, nagellak, remover, zweet, stoffige kleding, verbrand haar en derdegraads brandwonden (de krultang strikes back!). Soms denk ik ook de lucht van drank waar te nemen, maar die gedachte zet ik snel uit mijn hoofd. “Neeee, dat doen ze niet…” Ik kijk met volle verwondering naar onze rookmelders. Het knipperende lichtje duid er op dat ze actief zijn, maar waarom gaan ze nu in godsnaam niet af? Zeker te weten dat als ik nu de voordeur open zou zetten er binnen een kwartier sprake zou zijn van een code rood in de straat. Mannen in witte pakken zouden ons huis omsingelen en een helikopter met camera maakte onze woning tot één van de ‘headlines’ op CNN.

Heidi’s en Peter’s

Terug naar de gang. Mijn oren en neus weten genoeg, maar ik besluit om ook mijn ogen heel even de kost te geven. Voorzichtig steek ik mijn hoofd in het trapgat. Als ik een poging doe om naar boven te kijken ben ik geneigd om luidkeels “bràààànd!” te gaan roepen. Mijn ogen beginnen te prikken alsof ik zojuist aangevallen ben met een bus pepper spray. Met tranende ogen zie ik in een wolk van mist heen en weer schietende meisjes. In willekeurige volgorde, maar altijd met een zekere haast, van de badkamer naar het toilet, naar één van de slaapkamers en weer terug. Ze hebben veel te vrolijke jurkjes aan met veel te veel kant, ze dragen panty’s en lopen op hoge hakken. Hun haren zitten in staartjes en hun gezicht staat bol van de mascara, foundation, lippenstift en eyeliner. Als je al dat spul er nu af zou kunnen schrapen kon je er zo een gemiddelde Etos mee bevoorraden.

Een nachtclub

Ik doe verwoede pogingen om het aantal Heidi’s te tellen. Een haast onmogelijke opgave, omdat ze razendsnel bewegen, ik beperkt zicht heb en ze er nagenoeg identiek uit zien. Met een analyse van de stemmen in combinatie met haarkleur en lichaamshouding kom ik al gauw tot een stuk of 15. Drie ervan moeten mijn eigen dochters zijn, maar die gaan op in de massa. Mijn bovenverdieping, ooit een veilige haven voor een welverdiende nachtrust, is verworden tot een nachtclub.

Hoe heeft het zo ver kunnen komen?

Terwijl mijn neusvleugels zwaar protesteren tegen de lucht, mijn traanklieren op volle toeren draaien en mijn trommelvliezen op barsten staan vraag ik mij af waar het mis is gegaan. Ik doe mijn best om mijn gedachtes te ordenen, maar de keiharde muziek maakt dat onmogelijk. De Heidi’s en Peter’s (ja ja, er lopen ook wat ‘testosteronbommen’ tussen, maar daar wil het nu beslist niet over hebben) zingen ‘en masse’ “Heeeeeeeee, jaaaaaaaaa, ‘kheb sex met die kaaaale!!” Ik kan mij nog vaag herinneren dat één van de dochters vroeg of ‘er wat vriendinnen’ van te voren langs mochten komen. Van liever lee werden dat er steeds meer en ook de andere bloedjes leek dat wel wat. “Ach ja, waarom ook niet” was toen het ondoordachte antwoord. Wist ik veel.

Hoe de avond verder verloopt

Beduusd en ontgoocheld verlaat ik deze ‘war zone’. Ik leg mij neer bij de gedachte dat ze straks allemaal weg zijn. Ze vertrekken naar Pampus, het lokale Sodom en Gomorra. De lucht zal opklaren, de stank zal verdwijnen en de rust zal wederkeren. Zij daarentegen zullen met een iets te hoog adrenalinegehalte een ander strijdtoneel betreden. Ook daar weer ‘de toeter op de waterscooter’ en ook daar weer stank. Maar dat niet alleen. Er is polonaise, er is veel te veel drank, er zijn bierregens en het is druk, immens druk.

Ben ik even blij dat ik niet op Carna val.