Tijd, een ‘way of life’.

Mijn vader (rust zacht pa) was van de tijd. En dat is een understatement. Want op tijd zijn stond bij hem voor ‘veel te vroeg’. Tijd was onderdeel van zijn ‘way of life’ of beter gezegd, het zat in zijn DNA. Zo kreeg ik ’s ochtends rond half acht steevast te horen ‘of ik niet moest gaan’. School begon om acht uur en het kostte mij wel geteld vijf minuten om er te komen. Natuurlijk was ik op tijd, maar toch te laat voor mijn vaders’ begrip.

Een continue blik op zijn horloge

De zondagmiddag is als het om ‘tijd’ gaat gedenkwaardig. Wij waren als gezin ieder weekend op de camping in Rhenen te vinden. Mijn vader wilde niet later weg dan half vier en dus begon hij bij het ontbijt al te drillen. “Denk er om dat je op tijd terug bent…!” Vanaf het middaguur kon je zienderogen meemaken dat zijn adrenalinegehalte toe begon te nemen. Nerveus ijsbeerde hij op en neer, begon vast in te pakken, zette de auto klaar en keek om de haverklap op zijn horloge. Wij zorgden er voor dat we er waren, maar doorkruisten nooit zijn pad. En met ‘wij’ in dit zinsverband bedoel ik dan ons gezin minus mijn broertje. Die kreeg het namelijk op een of andere manier voor elkaar om nooit op tijd te zijn. Met alle gevolgen van dien. Mijn oudere zussen werden door vaderlief op pad gestuurd om broerlief op te gaan zoeken. En met die opdracht tekende hij direct voor een hartslagverhoging en nog meer onrust in zijn hoofd. Hij kreeg immers nog minder grip op de situatie. Het gebeurde maar al te vaak dat mijn broertje al terug was terwijl mijn zussen nog nerveus liepen te zoeken. En die nervositeit was niet voor niets. Iedereen wist dat mijn broer een pak slaag zou krijgen en dat mijn vader in alle staten was. Meestal ebde dat na een uurtje of twee wel weg 🙁 Kortom, de hele weg van Rhenen naar Rotterdam zat mijn vader te briesen achter het stuur.

Op tijd, maar toch te laat

Mijn moeder mocht uiteraard ook met regelmaat genieten van mijn vaders DNA. Zolang als ik thuis heb gewoond mocht ik wekelijks een bepaald ritueel meemaken. Als mijn ouders samen op pad gingen (dat was overigens met de auto; ik heb ze nog nooit samen op de fiets of enig ander vervoermiddel gezien) dan ging dat ongeveer zo: mijn vader had een bepaalde tijd in gedachten dat zij zouden vertrekken. Laten we voor nu even zeggen dat dat 11.00 uur was. Mijn moeder (altijd druk) probeerde haar tijd zo efficiënt mogelijk te gebruiken en kon bijvoorbeeld om kwart voor 11 nog snel de was op gaan hangen. Als zij vervolgens om 5 voor 11 nog ‘even’ naar toilet dacht te kunnen werd ze geconfronteerd met een auto voor de deur waarvan de motor al op volle toeren draaide. Het laat zich raden wie er achter het stuur zat. Waarschijnlijk al een minuut of 10 met een inmiddels ietwat verhoogde bloeddruk. Moeders haastte zich om schoenen en jas aan te trekken, mopperde zich een slag in de rondte, stapte keurig ‘op tijd’ in de auto, maar kreeg steevast te horen “waar ze nou toch bleef?!” Natuurlijk was de irritatie zichtbaar en hoorbaar en om die nog maar eens extra te benadrukken werden de eerste kilometers te snel en te onverantwoord afgelegd. Gelukkig is het, zover wij weten, altijd goed gegaan…

Het was altijd te vroeg

Op tijd eten was ook zo’n dingetje. Mijn vader was thuis de kok en dus had hij het moment van opdienen volledig in eigen hand. Als wij op latere leeftijd het ouderlijk huis bezochten kregen we zo’n beetje als eerste de vraag hoe laat we wilden eten. Als ervaringsdeskundige wist ik dat ik 6 uur moest zeggen als ik 5 uur bedoelde, maar ondanks dat draaide hij zijn linker pols vanaf een uur of 3 om de twee minuten om en stond hij als het ware in de startblokken om met het eten te beginnen. Tegen vieren was hij niet meer te houden. En ondanks dat mijn moeder hem er keer op keer op attendeerde dat het nog veel te vroeg was begon hij toch al in de pannen te roeren. Om half 5 zaten we te eten.

Precies op tijd!

Dit tijd-fenomeen achtervolgd mij. Ik doe tot op de dag van vandaag verwoede pogingen om het te doorbreken. Soms lukt het, maar meestal doet het pijn. Bij zakelijke afspraken ben ik voor mijn vaders’ begrippen op tijd (= veel te vroeg). Kom ik een keer te laat, of precies op tijd dan kost het mij de grootst mogelijke moeite om te ontspannen. Bij niet-zakelijke afspraken gaat het mij beter af. Een afspraak voor een borrel om 21.00 uur… Ik stap er zonder enige moeite en quasi nonchalant om 21.02 naar binnen. Ha!